Iedereen denkt dat hij de enige is
Waarom regels die bijna niemand nog wil toch overeind blijven, en wat er gebeurt als één iemand zijn mond opendoet. Bijna niemand vindt dit oké. En toch zegt vrijwel niemand iets.
Vier van de vijf lachen mee.
Stel je een kleedkamer voor na het voetballen. Iemand maakt een grove opmerking over een vrouw. De hele kamer lacht. Jij lacht ook, terwijl je het eigenlijk niet grappig vindt.
En het gekke is: van de mannen die meelachen, vindt bijna niemand het echt grappig. Ze lachen omdat ze denken dat de rest het wél grappig of normaal vindt. Niemand zegt iets, uit angst de enige te zijn die de sfeer verpest. Zo blijft een norm overeind die bijna niemand in die kamer persoonlijk steunt. En dat is wat er overal gebeurt.
Als dit systeem voor niemand werkt, waarom stappen we er dan niet massaal uit?
We houden elkaar voor de gek.
Het sterkste slot op de gevangenis is een misverstand. Vraag mannen wat ze zelf vinden, en de meeste zijn vóór respect en vóór ingrijpen. Vraag ze wat ze dénken dat andere mannen vinden, dan is dat beeld opeens heel anders. En op dat verkeerde beeld besluit je of je iets zegt of je mond houdt.
Een kamer vol mannen. Iedereen kijkt naar elkaar. En iedereen concludeert dat de rest er anders in staat dan hijzelf.
Wat zou jij doen?
Die onzichtbare regels merk je pas op het moment dat je ze moet volgen. Hieronder zes situaties waarin dat gebeurt: in de groepsapp, langs het voetbalveld, thuis na een rotdag.
Kies wat je écht zou doen, niet het nette antwoord.
Een teamgenoot stuurt een foto van een vrouw met een opmerking over haar lichaam. Drie man reageren met een lachende emoji.
Stel dat jij de eerste was die iets zei. De kans is groot dat je niet de enige blijkt te zijn.
Van een grap tot geweld.
We doen alsof er twee soorten mannen zijn: plegers en goede mannen. Zo werkt het niet. Geweld staat niet los van de rest, het groeit uit iets dat we normaal vinden.
Onderaan staat geen gedrag, maar de norm: hoe een ‘echte man’ hoort te zijn. Daarboven het alledaagse, de grap die niemand corrigeert. Hoe breder en normaler de onderste lagen, hoe meer ruimte de bovenste krijgen. Let op: dit is geen rechte lijn van één grap naar geweld, en niemand doorloopt die piramide van onder naar boven. Het is een patroon dat je over groepen ziet, geen voorspelling over een persoon.
Tik op een laag
Het alledaagse
De grap die niemand corrigeert, de opmerking die blijft hangen. Het lijkt onschuldig, maar het geeft de groep het signaal dat vrouwen minder waard zijn.
Hoe breder de bodem, hoe hoger de top kan komen. We pakken bijna altijd de bovenste lagen aan: straffen, opvangen, waarschuwen. Aan de onderste twee doet vrijwel niemand iets, en dat zijn juist de lagen waar wij met z'n allen wél iets aan kunnen doen.
Wat gebeurt er als jij iets zegt?
Iedereen in deze groep zwijgt. Niet omdat ze het ermee eens zijn, maar omdat ieder denkt dat hij de enige is die het er niet mee eens is.
Dit zijn gewoontes.
Geen wetten.
Alles in dit hoofdstuk is een gewoonte. De grap die niemand corrigeert. Het meelachen terwijl je het eigenlijk niet grappig vindt. Het zwijgen in de kleedkamer. Niemand heeft het bedacht en bijna niemand wil het echt.
Dat is beter nieuws dan het lijkt. Een wet moet je afschaffen. Een gewoonte kun je gewoon afleren. Het scheelt al als er in één kamer één keer niet wordt meegelachen.
En je staat er minder alleen voor dan het voelt. De meesten om je heen denken hetzelfde als jij, ze zeggen het alleen niet. Eén stem is genoeg om dat zichtbaar te maken.
Maar veranderen lukt alleen als je omgeving het toelaat. Ga je het anders doen, dan kom je thuis, op je werk en in de rest van de samenleving nog steeds de oude verwachtingen tegen. Ook die mensen en systemen zijn een product van dezelfde cultuur. Niemand doet het bewust, en de meesten wíllen die verandering. Maar zolang die oude verwachtingen blijven staan, kost elke stap veel moed en kracht.
Check hoofdstuk 4 voor de wereld om je heen, en waarom we dit samen moeten aanpakken.